Hoeveel BHV'ers heeft jouw bedrijf nodig? Zo bereken je het

Er staat geen vast aantal BHV'ers in de wet. Lees hoe je met je RI&E, aanwezigheid, ploegen en vakanties bepaalt hoeveel bedrijfshulpverleners je nodig hebt.
"Hoeveel BHV'ers moeten wij eigenlijk hebben?" Het is een van de vragen die we het vaakst krijgen. Het eerlijke antwoord: de wet noemt geen vast aantal. Toch kun je het prima zelf uitrekenen. In deze blog lees je hoe.
Wat zegt de Arbowet?
Volgens de Arbowet moet elke werkgever zorgen voor deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening. Die bijstand moet zo zijn georganiseerd dat er bij een incident direct iemand is die:
- eerste hulp verleent bij ongevallen;
- een beginnende brand beperkt en bestrijdt;
- alarmeert en zorgt dat iedereen veilig het gebouw verlaat;
- contact onderhoudt met de hulpdiensten.
Hoeveel mensen daarvoor nodig zijn, laat de wet bewust aan jou over. Dat moet blijken uit je risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Een kantoor met tien medewerkers heeft andere risico's dan een productiehal met heftrucks en brandbare stoffen.
De vuistregel: minimaal één BHV'er per 50 aanwezigen
In de praktijk wordt vaak één BHV'er per 50 aanwezige personen aangehouden. Let op het woord aanwezigen: niet het aantal mensen op de loonlijst, maar het aantal mensen dat op een gemiddeld moment in het gebouw is. Daar horen ook bezoekers, klanten, leerlingen of patiënten bij.
Die vuistregel is een ondergrens. In deze situaties heb je er meer nodig:
- Verhoogde risico's, zoals werken met machines, gevaarlijke stoffen, op hoogte of met open vuur.
- Verminderd zelfredzame mensen in het gebouw, zoals kinderen, ouderen, zorgcliënten of mensen met een beperking.
- Meerdere verdiepingen of gebouwdelen. Een BHV'er op de begane grond helpt weinig bij een incident op de vierde verdieping.
- Een grote afstand tot de hulpdiensten, bijvoorbeeld op een bedrijventerrein buiten de stad.
Reken met afwezigheid
De meest gemaakte fout: precies genoeg BHV'ers opleiden voor een normale werkdag. Maar BHV'ers zijn ook weleens ziek, op vakantie, op cursus of bij een klant. Op dat moment moet er nog steeds voldoende bezetting zijn.
Een handige aanpak:
- Bepaal per locatie en per verdieping hoeveel BHV'ers er tegelijk aanwezig moeten zijn.
- Kijk naar alle diensten en tijdstippen: vroege en late diensten, weekenden en avonden met bezoekers.
- Tel er voor ziekte, verlof en parttime werk ruim de helft extra bij op.
- Leg vast wie de coördinatie heeft: een hoofd-BHV of ploegleider die de inzet aanstuurt.
Voorbeeld: een kantoor met 80 aanwezigen over twee verdiepingen. Op basis van de vuistregel zijn dat twee BHV'ers, maar met één per verdieping, parttimers en vakanties kom je realistisch op vier tot vijf opgeleide BHV'ers.
Kleine bedrijven: de werkgever mag het zelf doen
Heb je maximaal 25 werknemers? Dan mag je als werkgever de taken van de bedrijfshulpverlening ook zelf uitvoeren. Voorwaarde is wel dat je dezelfde kennis en vaardigheden hebt als een BHV'er, en dat je er bent wanneer er gewerkt wordt. Ben je vaak onderweg, dan is het verstandig om ook een of twee medewerkers op te leiden.
Houd je BHV'ers bekwaam
Het aantal is één ding, maar een BHV'er die drie jaar niet heeft geoefend, staat bij een echte brand vaak stil. Plan daarom elk jaar een BHV-herhaling en oefen minimaal één keer per jaar een ontruiming.
Samengevat
- De wet noemt geen vast aantal: jouw RI&E is leidend.
- Houd minimaal één BHV'er per 50 aanwezigen aan en meer bij hogere risico's.
- Reken met ziekte, vakantie, ploegen en meerdere verdiepingen.
- Herhaal jaarlijks zodat je BHV'ers bekwaam blijven.
Wil je weten wat het beste past bij jouw organisatie? Bekijk onze BHV-trainingen voor bedrijven of laat ons een training op jouw eigen locatie verzorgen.
